Antroposofie voor beginners

Antroposofie voor beginners

In mijn artikelen “antroposofie voor beginners” wil ik jullie een beetje theorie, maar vooral praktische tips geven. Mijn eerste reeks gaat over het vierledig mensbeeld zoals Rudolf Steiner dat beschreven heeft.

 

Het vierledig mensbeeld en opvoeding – deel 1

0-7 jaar: het fysieke lichaam

In de eerste levensjaren van een kind gaat het vooral om het aankomen in het fysieke lichaam en het ontwikkelen van dat fysieke lichaam. Dit begint bij de geboorte en loopt door tot de tandwisseling, zo rond het zevende jaar dus. Het fysieke lijf groeit enorm in deze periode: van hulpeloze baby naar het lijf van een schoolkind.

Volgens de antroposofie heeft het kind bij de geboorte alleen een fysiek lichaam en bij dat lichaam komt een ziel. Bij zijn geboorte is het kind daarom één met de wereld om zich heen en heeft de eerste zeven jaar echt nodig om in het fysiek lichaam te groeien. Je kunt dat bij sommige kinderen heel goed zien: ze lijken nog wat te “zweven”, lijken regelmatig afwezig, er niet helemaal (bij) te zijn. Na verloop van de jaren zie je ze op een bepaalde manier in hun lichaam groeien.

De invloed van de omgeving op het kind is heel groot in deze fase. Alle indrukken die het kind zintuiglijk krijgt, gaan naar binnen, het lijf in. Dus alles wat de ouder doet en denkt, wordt deel van het kind. Je kunt dit heel mooi teruglezen in een blog van mijn dierbare vriendin èn collega, Marguérite van der Linden. In deze fase wil het kind vooral nabootsen, nadoen wat zijn ouders zichtbaar en voelbaar voor zijn ogen doen.

 

Ouders en opvoeden in de fase van het fysiek lichaam

Vanuit de antroposofie geeft Rudolf Steiner allerlei informatie over wat ouders zouden kunnen doen om hun kind te ondersteunen bij zijn ontwikkeling en dat vanuit de 4 verschillende mensbeelden. Ik heb geprobeerd hier praktische tips uit te halen waar jullie mee aan de slag zouden kunnen gaan.

rustige leefomgeving

Doordat kinderen in deze fase zoveel van wat ze waarnemen met hun zintuigen in zich opnemen, zou het mooi zijn als ouders hun kinderen een rustige leefomgeving bieden. Je zou kunnen zeggen: de “ouderwetse” rust, (reinheid) en regelmaat. Je kunt hierbij denken aan het dag-, week- en jaarritme wat zo belangrijk is in de antroposofie. Het ritme zoals dat is terug te vinden in de natuur: het ritme van de seizoenen. Het gebruik van seizoenstafels bevordert dit gevoel van ritme en stimuleert de zintuigen: ernaar kijken en voelen en misschien zelfs horen als er verhalen bij verteld worden. Als je hier meer over wilt lezen, zoek dan het boek Leven met het jaar van Christiane Kutik eens op. In een rustige omgeving kunnen kinderen aan het fysiek lichaam werken, zonder (al te) veel prikkels van buitenaf. Zingen van mooie, ritmische kinderliedjes is fijn voor de zintuigen: het genieten van de mooie klanken.

spelen

Het “in het lichaam komen” kan ondersteund worden door jou als ouder door je kind te laten spelen. Zo kan een kind verkennen wat dat lijf allemaal wel en niet kan, in zijn eigen tempo, en wordt het lichaam echt van hemzelf. Houten speelgoed met ronde vormen sluiten nog mooier aan dan plastic speelgoed wat koud aan voelt en vaak fel gekleurd is.

kleuren

Ook met het gebruik van kleuren kun je rekening houden in deze levensfase: doe bijvoorbeeld je kindje rode kleren aan als het opgewonden of onrustig is. Het bijzondere is dan namelijk dat je kind van binnen een groen (rustgevend) tegenbeeld op zal roepen. Dat onbewuster, maar toch actief opwekken van de kleur groen, werkt rustgevend op je kind. Volgens Steiner geeft blauw een ruimtelijk gevoel, groen juist een harmonieus gevoel, paars bevordert het zelfrespect en roze wekt een gevoel op van onvoorwaardelijke liefde. Je kunt nog wat verder lezen over kleuren en Rudolf Steiner

– fantasie

Rond 4 jaar ontstaat bij kleuters een prachtige fantasiewereld, wat de scheppende fantasie wordt genoemd. Je kunt daar als ouder bij aansluiten door sprookjes te vertellen waarin grote waarheden voorkomen die gaan over leven en dood, goed en kwaad en de ontwikkeling van de ziel. Maar ook kun je voor je kindje bijvoorbeeld een pop maken van een servet: je kindje moet dan vanuit zijn fantasie aanvullen hoe het stukje stof op een mens kan lijken. Het op dit soort manieren prikkelen van de fantasie van je kind, draagt zelfs bij tot de ontwikkeling van de hersenvormen.

gezonde voeding

Het fysieke lichaam is graadmeter voor wat gezond is en een gezond lichaam verlangt waar het baad bij heeft. Met goede voeding kun je in stand houden dat het kind precies, tot aan het glas water aan toe, alles verlangt wat op dat moment gezond is en alles afwijst wat schadelijk voor hem kan zijn.

Samenvattend

Als ouder kan je in deze ontwikkelingsfase van het fysieke lichaam steeds in je achterhoofd houden dat het nabootsen enorm belangrijk is. In de eerste zeven jaar ontwikkelt het lichaam zich ongelooflijk snel en vormt hiermee de basis voor het hele verdere leven. Een rustige, zachte warme leefomgeving is daarom heel fijn voor een kind.

 

 

Het vierledig mensbeeld en opvoeding – deel 2 

7-14 jaar: het etherlichaam
De ontwikkeling van het etherlichaam valt ongeveer samen met de basisschooltijd. Het etherlichaam is een wat lastig begrip, omdat het iets is wat niet zichtbaar is.
Je kunt het vergelijken met een aquarium (fysiek lichaam) gevuld met water (etherisch lichaam): als er een barstje in zou zitten zou het water eruit lopen. Het etherisch lichaam heeft dus het fysiek lichaam nodig om te bestaan.

In deze levensfase voelen kinderen zich niet meer één met de wereld om zich heen, zoals dat in in de vorige fase het geval was. Ze zijn intussen aangekomen in hun eigen lichaam, je zou het hun “huis” kunnen noemen, en kijken vanaf daar de wereld in. Niet alles om het kind heen wordt meer opgenomen. Nu is het zo dat wat waargenomen wordt, indrukken maakt op de buitenste grens van het wereldje en wordt pas na een “verteringsproces” opgenomen en in denkbeelden omgezet. Je zou kunnen zeggen: wat buiten is, dat moet naar binnen door het te zien, zich ermee te verbinden, te verwerken, te individualiseren en te oefenen. Deze weg, van buiten naar binnen, is lastig en spannend en daardoor gaat de ontwikkeling niet zomaar of vanzelf.

Kinderen in deze leeftijd staan open voor de beelden die volwassenen kunnen schetsen door middel van taal. Door deze beschrijvingen leert het kind de wereld kennen en ontwikkelt zijn gevoelsleven. Het etherlichaam zorgt voor deze groeiprocessen en is de kern van gewoontes, het geweten, van het geheugen en het temperament.

Op het etherlichaam werk je in door beelden, door voorbeelden, door het gereguleerd sturen van de fantasie. Zoals in de eerste levensfase nabootsing en voorbeeld heel belangrijk zijn in de opvoeding, zo is dat in deze jaren navolging en autoriteit. En dan niet autoriteit in de zin van “doe wat ik zeg” maar autoriteit in de zin van een held, iemand om tegen op te kijken. Het hebben van helden is namelijk een leidraad voor het ontwikkelen van het geweten, waardoor je kind ook iets goeds wil doen of goed wil zijn. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van normen en waarden. Aan de hand hiervan kan je kind zijn geweten, gewoonten en voorkeuren vormen.

 

Ouders en opvoeden in de fase van het etherisch lichaam

Uit alle informatie voor ouders van Rudolf Steiner over het etherisch lichaam heb ik ook deze week heb ik praktische tips gehaald waar jullie mee aan de slag zouden kunnen gaan.

iemand om tegen op te kijken:

Stimuleer je kind om held te hebben. Iemand uit het heden (ruimtevaarder André Kuipers) , maar dat kan ook iemand uit de geschiedenis zijn (Nelson Mandela). Inspirerende mensen die mooie dingen doen of gedaan hebben waar je kind zich aan kan spiegelen. Het met eerbied naar iemand opkijken laat het ether lichaam groeien.

geheugen

Richt je als ouder niet zo zeer op het verstandelijke, de materie, maar doe appèl op het geheugen. Een concreet voorbeeld: op school leert je kind de steden Groningen, Assen, Meppel, Zwolle en Amersfoort uit het hoofd, wanneer jullie de route eens rijden kan je laten zien dat deze steden met elkaar verbonden zijn op de weg naar het zuiden van Nederland.

voeding

Ook in deze fase is goede voeding belangrijk: gezonde voeding voor het lichaam, maar zeker ook voor de geest (leerstof op school) en voor de ziel (vertelstof op school en thuis).

vier Kerst

Door de (religieuze) feesten als Kerst en Pasen te vieren, maar bijvoorbeeld ook de start van de lente, komt ritme in het leven van je kind. Het ritme van de jaargetijden waar bepaalde feesten in voorkomen. Dit is ook waarom veel jaarfeesten gevierd worden op de vrije scholen in Nederland: het Sint Michaëlsfeest, Sint Maarten, Sinterklaas, Adventstijd en Kerst, Pinksterfeest. Elk jaar dezelfde feesten, elk jaar hetzelfde ritme waardoor kinderen precies weten wat er komen gaat en gewoontevorming zich prachtig kan ontwikkelen. Wil je hierover doorlezen dan is het boek Schipper mag ik overvaren van Juul van de Stok een mooie tip.

kunst

Laat je kind kennis maken met kunst in de brede zin van het woord: denk aan het spelen van een muziekinstrument (waar ook weer ritme bij hoort!), aan het ervaren van architectuur en vergeet vooral het lekker zelf tekenen of schilderen. Met kunst bezig zijn doet veel voor je kind: het ruimtelijk inzicht en het kennen van zijn eigen lichaam wordt geoefend, alle zintuigen en zijn innerlijke beeldvorming gestimuleerd, motorische ontwikkeling en activiteit, zowel grof als fijn, worden gestimuleerd en bevorderd.

gewoontes

Help je kind bij het ontwikkelen van gewoontes: opstaan wordt verbonden met wassen en tandenpoetsen,…of niet. Woedend stampvoeten hoort bij je zin krijgen,…of niet. Thuiskomen uit school betekent de cavia voeren en knuffelen en woensdag en zaterdag betekenen het hok van de cavia schoonmaken.

 

Samenvattend

In deze fase wordt het gevoelsleven ontwikkeld: de wereld buiten wordt niet meer zomaar opgenomen, maar gefilterd. Het is een fase waarin gewoontes en geweten worden ontwikkeld. Tijdens deze fase is het mooi om mee te leven met het ritme van de seizoenen en het ritme van muziek. Dit mag weer ondersteund met goede voeding voor lichaam en geest. Door beweging wordt het fysieke in de ether geprent (geheugen).

 

 

Het vierledig mensbeeld en opvoeding deel 3

14-21 jaar: de ontwikkelingsfase van het astraal lichaam
In de fase waarin het astraallichaam zich ontwikkeld, vinden kinderen de abrupte en onbewuste overgang van
kennis naar inzicht, zegt Steiner. Dit komt doordat het astraal lichaam de bron is van alle gewaarwordingen, gevoelens en emoties van de mens. Hierdoor kunnen we de wereld om ons heen waarnemen en beleven.

De hoofdrichting is nu van binnen naar buiten gericht en de buitenwereld wil veroverd en omgevormd worden. Dat betekent dat een kind, een jongere, door de buitenwereld zijn ideeën verovert en een nieuwe verhouding tot de wereld begint te zoeken.

Doordat kinderen zich in deze fase bewust worden van wat ze waarnemen ontstaat de drang om daar iets van te vinden en erop te reageren. Dit is de reden waarom de meningen van jongeren nogal uitgesproken zijn: ze gaan oordelen over hun lijf, hun ouders (dàt trek je toch niet aan…?) en over de maatschappij.

Door de jaren heen raken de binnen- en buitenwereld steeds meer op elkaar afgestemd: langzamerhand leren jongeren nuanceren en ontwikkelen ze sociale vaardigheden. Het oordelen wordt nu meer gebaseerd op de eigen waarneming en het persoonlijk inzicht. Rond het 17e jaar komt er naast het oordelen ook een wil tot dóén. Niet voor niks willen kinderen dan op zichzelf gaan wonen of een daad stellen (studentenprotesten bijvoorbeeld).

De innerlijke ontwikkeling van het kind gaat in deze fase snel: hij herkent zichzelf niet meer en kan zich onzeker voelen over wie hij is. Het wordt heen en weer geslingerd tussen driften en begeerten en kritische afstandelijkheid. In al deze dualiteit leert een kind zichzelf te ontdekken, een eigen ik te vormen. Wat kan ik en wat ga ik met dat kunnen doen?

Uiterlijk is daar één voorbeeld van. Bij dieren laat het astraal lichaam zich zien door onder andere kleur in het uiterlijk. Ook ònze kleding is een afspiegeling van ons astraal lichaam. De stemming in ons astraal lichaam bepaalt namelijk ’s morgens de keuze van onze kleding. Op het vrije middelbare onderwijs wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van het astraallichaam van de leerlingen. Een voorbeeld hiervan kun je lezen op de website van het Parcival College in Groningen.

Proefje:

Ga bij de muur staan met je rechter schouder 30 cm van de muur. Druk de bovenkant van de rechterhand 1 minuut krachtig tegen de muur. Stap dan snel naar links. Je zult merken dat je hele arm als vanzelf omhoog gaat: het astraallichaam van de arm werd omhoog geduwd waarbij het fysiek lichaam (je arm) niet mee kon. Zodra de hindernis van de muur weg is, voegt de fysieke arm zich bij de astrale arm die nog in de lucht hangt.

 

Ouders en opvoeden in de fase van het astraal lichaam

maak ruzie

Help je kind formuleren door bijvoorbeeld conflicten tussen jullie er te laten zijn. Door een ruzie kan je kind namelijk echt gaan realiseren wat eigen is, wat in zijn eigen wil leeft. En dat is iets wat in deze fase ontwikkeld mag worden. Je kunt je kind ook op een iets mildere manier leren formuleren: door gesprekken te voeren en te discussiëren. Laat je kind zijn of haar mening beargumenteren, soms op kennis, dan weer op inzicht. En…let op dat je niet mee gaat puberen, de discussie aangaat, maar reageer door zelf goed te luisteren.

humor

Gebruik humor om de soms wat mopperige sfeer te verlichten. Humor helpt je kind ook om te leren relativeren en eigen gevoelens te nuanceren. Humor is een goed medicijn tegen de dramatiek van het (puber)leven. Je blijft daarmee toch met regelmaat warm en hartelijk tegenover weer dat humeurige gezicht. Dat geeft je kind de kans om weer wat te openen.

waarom?

In deze fase beginnen jongeren pas echt het waarom te begrijpen. Hiervoor wilden ze beelden bewonderen of begrijpen, nu mag je als ouders ingaan op het waarom van de dingen. Dus vestig de aandacht op het waarom, op verbanden zoeken.

weerstand

geef je kind weerstand. Een puber heeft weerstand nodig en dat betekent ouders die staan voor hun eigen gedachtegoed, voor hun eigen normen en waarden. Dit is nodig want pas door de eigenheid en kracht van jou als ouder tegen te komen, ervaart je kind de kracht in zijn eigen denken en doen.

vrijheid

Geef je kind elke keer een stukje meer vrijheid. Bespreek na het ervaren van de vrijheid (naar een feestje gaan, kleedgeld verbrassen) wat goed en minder goed ging en wat hij een volgende keer anders kan doen. Dat delen en bespreken van hun eigen leerproces zorgt voor een blijvende en warme verbinding met jou als ouder. Let op, ga als ouder niet met het vingertje wijzen met een I told you so!

Als dit alles van tijd tot tijd lukt, dan wordt de scheiding opgeheven die ontstaan is tussen het innerlijk (het subjectieve) en de wereld (het objectieve).

 

Samenvattend

Jongeren in deze fase zoeken continue je grenzen op en proberen je te tackelen, ruzie te maken, te zoeken naar het waarom. Neem het niet te persoonlijk op, want dit is nu juist het gebied wat ze aan het ontwikkelen zijn, waarmee ze aan het oefenen zijn.

Deze fase kunnen wij als ouders aangrijpen om ons ik-bewustzijn te verdiepen. Daarmee bedoel ik heel dicht bij onszelf te blijven. Ook mogen wij als ouders onze emoties leren controleren, er niet ‘uit te vliegen’. Proberen van hieruit je kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling van het astraal lichaam.

Een gezonde puberteit vormt de brug tussen het kind dat zich laat leiden door een ander en de volwassene die zichzelf leidt. Die brug is de puberteit. (Jeanne Meijs) 

 

 

Antroposofie voor beginners – deel 4

Het vierde mensbeeld: Ik

Kinderen zijn nog geen mensen, maar wordende mensen zo zegt Steiner. Vandaar dat antroposofische scholen de slogan “worden wie je bent” gebruiken. In Steiners context is een mens dan ook pas ècht mens wanneer hij aan zelfstandig denken is toegekomen.

Het duurt ongeveer twintig jaar, gerekend vanaf het moment van de geboorte van het fysiek lichaam, voordat het “ik” aan het roer kan gaan staan. Deze “ik” is dan echt nog een onervaren schipper. In die twintig jaar wordt langzaam alles binnengeloodst wat het “ik” nodig heeft als basis, als vaartuig om hier in deze (aardse) wereld te kunnen zijn en bestaan.

Het “ik” boetseert het fysieke lichaam in een specifiek, individuele vorm en gestalte. Je vindt dit terug in het eigen genetische patroon, maar ook in de karakteristieke houding en beweging die ieder mens heeft. Dit laatste maakt dat je iemand al van heel ver kunt herkennen door alleen zijn houding en postuur te zien. Een krachtige uitdrukking van het “ik” is bijvoorbeeld blozen; het “ik” treedt als het ware naar buiten in het element warmte.

Door het “ik” kan de mens rechtop lopen, spreken, denken, op zichzelf reflecteren en vrij handelen, in plaats van instinctief handelen zoals dieren dat doen. Bij het “ik” horen het geweten, het staan voor idealen en het vermogen lief te hebben. Ook de mogelijkheid tot levenslange individuele ontwikkeling en innerlijke groei zijn uitingen van het “ik”.

Dit vierde mensbeeld, het “ik”, deelt de mens met geen enkel leven wezen op aarde en is daarin dus uniek. Niemand kan een ander “ik” noemen, alleen jezelf noem je “ik”.

Het “ik” onderscheidt de mens van de dieren.

Mineraal

fysiek lichaam

 

 

 

Plant

fysiek lichaam

Etherlichaam

 

 

Dier

fysiek lichaam

Etherlichaam

Astraallichaam

 

Mens

fysiek lichaam

Etherlichaam

Astraallichaam

Ik

Bron: Paulien van Doorn

Het “ik” ten opzicht van de andere mensbeelden

Mensen kunnen de etherkrachten beïnvloeden door goed voor het lijf te zorgen. Juist het “ik” kan het astrale lichaam aansturen: je kunt voelen dat je honger hebt, maar je kunt het eten nog even uitstellen. Het astrale deel van de mens is een informatiebron: het ervaart hoe het met je lichaam gaat. Het “ik” kan hier dan bewust op reageren. Door te werken aan de verbreding en verdieping van ons bewustzijn brengen we een steeds hechtere verbinding tot stand van de vier afzonderlijke mensbeelden.

Ouders en begeleiden van het “ik”

Als ouder begeleidt je je kind tot aan “levensrijpheid” en vaak is je kind zo rond zijn 21e levensjaar het huis uit, de leeftijd waarop het “ik” aan het roer gaat staan. Langzamerhand heb je meer afstand tot je kind, doordat hij of zij veel meer zijn eigen gang gaat en vaak ook niet meer thuis woont. Je voedt niet meer op maar begeleidt, gidst.

Wat kun je nu als ouder doen, terwijl je aan wal staat (om in de symboliek van hierboven te blijven), is blijven praten met je kind zodat hij nadenkt over wie hij is, wat hij doet en vooral ook waarom hij het doet. Ook is het belangrijk om je kind te steunen in het op zichzelf reflecteren: wat zegt het over mij dat iemand heftig op mij of mijn gedrag reageert, wat kan ik hier van leren. Bespreek wat de idealen zijn van je kind en steun hem hierin. Blijf dan als ouder ook staan voor je eigen normen en waarden zodat je kind de eigenheid en kracht van jou als ouder tegen kan komen. Hierdoor ervaart je kind de kracht in zijn eigen denken en doen.

 

Samenvattend

Vanaf zijn21e staat het “ik” van je kind aan het roer nadat het de basis heeft geleerd om hier in deze wereld kunnen zijn en bestaan. Door het “ik” kunnen wij als mensen rechtop  lopen, spreken, denken, op onszelf reflecteren en vrij handelen. Hierin is het dat je als ouder je jongvolwassen kind mag begeleiden door gesprekken te voeren waarin je ingaat op de idealen van je kind en je kind laat reflecteren op zichzelf. Je kind is nu een (jong)volwassene die met steeds meer afstand van jou, zijn ouder, zal groeien en ontwikkelen.

 

Dit was het vierde en laatste deel van mijn artikelen antroposofie voor beginners over de mensbeelden van Rudolf Steiner. Ik hoop dat jullie net zoveel plezier hebben beleeft aan het lezen van de stukken, als ik aan het maken ervan. Lieve Freek, Swenja en Conny, ik wil jullie heel erg bedankten voor het meelezen van mijn alle artikelen!

 

 

Bronnen:

Rudolf Steiner: de opvoeding van het kind, Antroposofie, een kennismaking – Henk van Oort, www.helendopvoeden.nl, afstudeeronderzoek Janneke Sauer, espea en antroposofie, www.helenejansen.nl, www.scholieren.com, schoolgids vrije basisschool De Stroeten in Emmen, http://mens-en-samenleving.infonu.nl/pedagogiek/153341-antroposofie-en-mensbeeld.html, Nawoord en aantekeningen bij “het wezen van de kleuren” van Rudolf Steiner – Dick Bruin, www.rudolfsteinercollege.nl, www.parcivalcollege.nl, Ernesta Kruger, Jeanne Meijs: Puberteit, de smalle weg naar innerlijke vrijheid, Lessen ouderacademie, vrije school De Es in Assen, docent Gert Hilbolling.